Regels zijn maar regels

Ik werd op de Veluwe aangesproken op de regels. Mijn hond was niet aangelijnd. Dat is tegen de regels. Ik kreeg een boete van €129,-. Dat is niet fijn. Ik word niet graag aangesproken op regels. Wie wel? Kunnen we niet een beetje meer leven en laten leven? Ik ben zelf wel van het creatief omgaan met regels. Ook ik ben niet 100 procent integer. Het vergt enige moed van mij om een column te schrijven over het belang van regels.

 

Vertrouwenspersoon Jan belt verontwaardigd

“Niemand in de organisatie lijkt zich te bekommeren om het overtreden van belangrijke regels. Niemand lijkt zich druk te maken om de veiligheid en het welzijn van stagiair Tom. We zijn ontsnapt aan een calamiteit, die enorme gevolgen zou hebben gehad voor de organisatie. Mijn melder Tom had zich voorbereid op de uitdaging en mogelijke gevoelens van onveiligheid vanwege het werken met een pittige doelgroep. Maar het heftige gevoel van onveiligheid komt niet vanuit de cliënten, maar vanuit de organisatie die hem juist veiligheid zou moeten bieden. Het tegendeel is waar. Tom overweegt zelfs de organisatie te verlaten en zijn roeping van verpleger gedesillusioneerd aan de wilgen te hangen.”

Jan vindt het als vertrouwenspersoon onverteerbaar dat er in de organisatie zo makkelijk met regels wordt omgegaan en dat er zelfs de bereidheid lijkt om er een nieuwe medewerker aan op te offeren, wanneer hij zich niet aanpast aan de vrije omgang met de regels.

 

Wat is de situatie?

“Ik moet even weg, jij redt het wel,” zegt de gediplomeerde collega Ella en laat Tom vervolgens alleen achter met de groep. Tom werkt als eerstejaars stagiair vanuit zijn hbo-opleiding met een kwetsbare, risicovolle doelgroep. De regel is dat er altijd een gediplomeerde verpleger op de groep aanwezig moet zijn. Een kwartier later belt Ella Tom op zijn privénummer: “Tom, je moet NU met spoed naar kamer 10. Onmiddellijk. Ik heb een alarmmelding van deze client!” Tom rent erheen. De deur is geblokkeerd. Tom durft niet naar binnen. Hij doet een noodoproep door op de alarmknop te duwen. Collega's van andere gebouwen zijn nog net op tijd om de deur te forceren en kunnen een suïcide voorkomen.

“Waar was jij?” vroeg Tom achteraf aan Ella. “Ik moest iets ophalen bij een bevriende collega,” was haar antwoord.
Tom is naar zijn leidinggevende gegaan en heeft daar de situatie uit de doeken gedaan.
Vervolgens vond er een gesprek plaats tussen de leidinggevende, Tom en Ella. Ella vertelt dat zij even iets uit de auto moest pakken en niet van het terrein af is geweest. “Het was echt niet ver lopen!” Tom vroeg waarom Ella dan niet onmiddellijk is gekomen toen Ella als eerste de alarmmelding kreeg, maar in plaats daarvan Tom heeft gebeld. “Wat doe je nou moeilijk, het is toch allemaal goed afgelopen”, reageert Ella.
Tom vertelt over zijn paniek van dat moment. Dat hij van slag was door het inslaan van de deur, terwijl Ella een sleutel had en dat het maar een fractie had gescheeld of het was heel anders afgelopen. De afwezigheid van Ella had voor deze cliënt fataal af kunnen lopen.

De leidinggevende zegt aan het einde van het gesprek: “Jullie hebben elkaars verhaal gehoord. Het is nu aan jullie hoe jullie nu samen verder gaan. Ik vertrouw erop dat jullie daar samen wel uitkomen.”
In deze situatie lijkt het erop dat Ella een belangrijke regel aan haar laars heeft gelapt. De regel dat een ongediplomeerde eerstejaars niet alleen voor de groep staat, is er niet voor niets. De veiligheid van deze doelgroep vraagt om deze regel.
 

Toedekcultuur

 

Leidinggevende dekt toe

Het is niet alleen de actie en reactie van Ella die mij zorgen baart. Het is nog meer ‘het leiderschap' van de leidinggevende. Hij zoekt niet uit waar Ella was. De leidinggevende bagatelliseert het en gedoogt de situatie, hij kiest voor pappen en nathouden en hij draagt daarmee bij aan een cultuur waarin allerlei zaken worden toegedekt. Wat beweegt de leidinggevende daartoe?
Terwijl je zou zeggen dat het niet heel ingewikkeld is om deze situatie te onderzoeken of in elk geval Ella aan te spreken op haar gedrag. De handelswijze van zowel Ella als van de leidinggevende resulteert in een groot gevoel van onveiligheid voor Tom. Hij wil niet langer met Ella samenwerken, hij voelt zich nu totaal onveilig bij haar. Daarnaast voelt hij zich ook niet gesteund door de organisatie, sterker nog hij voelt zich in de steek gelaten.

 

Wat kun je als vertrouwenspersoon doen?

Voor Jan als vertrouwenspersoon is deze situatie hoogst frustrerend. Wat kan Jan nog doen? Hij kan met Tom zijn doelen en de andere keuzemogelijkheden van de escalatieladder integriteit nog bespreken. Een van de keuzemogelijkheden is uiteraard een officiële melding doen bij het meldpunt volgens de meldregeling van de organisatie. En dan hoop ik dat die op orde is. Het liefst zou ik zien dat Tom de moed heeft om een officiële melding te doen. Hij vreest echter dat de hele organisatie zich dan tegen hem keert als matennaaier.

Uiteraard kan er ook een vertrouwelijke melding worden gedaan door de vertrouwenspersoon omdat dit immers een integriteitscasus betreft. Je zou daar tegenin kunnen brengen dat dan voor iedereen wel duidelijk is van wie de melding komt. Tegelijkertijd waren meerdere collega's betrokken bij het forceren van de deur. Ook zij zijn in een onveilige situatie gebracht, maar lijken ook een onderdeel te zijn van de toedekcultuur. Al deze collega's hebben vastgesteld dat Ella als verantwoordelijke al die tijd niet aanwezig was. Jan acht de kans aanzienlijk dat Tom de moed in de schoenen is gezonken en dat hij de organisatie gaat verlaten.

 

Aanpassen of moed tonen

Als jongeman heb ik zelf stage gelopen in een zorginstelling. Ook daar werd zeer creatief omgegaan met de regels. Ook daar leidde het wel eens tot risicovolle of zelfs gevaarlijke situaties. Wie was ik om daar iets van te vinden of te zeggen? Ik heb het nooit besproken met collega's, stagebegeleider noch leidinggevende. Ik heb me aangepast. Met terugwerkende kracht bewonder ik Tom voor zijn moed.

 

Moresprudentie

Ik wens de organisatie toe dat zij leren van deze situatie die Tom onder de aandacht heeft gebracht. In het onverhoopte geval dat Tom kiest om weg te gaan, dan kan de vertrouwenspersoon een signaal afgeven aan het hoogst bevoegde gezag. Dan wens ik de organisatie de moed toe, om het omgaan met de regels en het belang daarvan op zulke wijze ter sprake te brengen, dat het leidt tot moresprudentie: leren van een fout die zich heeft voorgedaan.
‘Wat betekent integer handelen in onze dagelijkse praktijk?' ‘Welke rol hebben leidinggevenden in het bewaken van integer handelen?' Vertrouwenspersoon stimuleer dit als terugkerende agendapunten in organisaties. Wanneer regels van groot belang zijn, moeten we ook de moed hebben om ze met elkaar levend te houden.

 

Tot slot

Mij gaat het niet om het straffen van mensen die regels hebben overtreden, maar om te leren van de situatie die zich heeft voorgedaan of het risico wat je loopt door regels te veronachtzamen. Mocht je nog denken: ‘Het is toch allemaal goed afgelopen?', dat is het absoluut niet.
Een gemotiveerde stagiair wordt bij de start van zijn loopbaan dermate aangetast in zijn veiligheid en integriteit dat hij met zijn rug tegen de muur staat en op het punt staat de organisatie te verlaten. Een ‘eerstejaars bloem' wordt in de knop geknakt. Het schrijnt diep als iemand ‘geofferd' wordt vanwege integer handelen en de moed om anderen daarop aan te spreken.

 

Wil je reageren, mail me dan: info@trainingvanoss.nl

Hartelijke groet,
Marcel van Oss

Directeur/ trainer
VAN OSS & PARTNERS | OPLEIDING VERTROUWENSPERSOON
www.opleidingvertrouwenspersoon.nl